• emmapoot

Het middelbare schoolleven als kwetsbaar meisje zijnde

Het fijne aan schrijven is dat je je niet hoeft in te houden, vind ik tenminste. Je kunt het allemaal opschrijven, ook als je denkt dat het gênant is, te pijnlijk of ongewoon. Anderen noemen de middelbare schooltijd soms de beste tijd van hun leven. Ik denk liever niet terug aan mijn vreselijke middelbare schooltijd, maar als mijn verhaal iemand kan helpen, ben ik blij dat ik ‘m geschreven heb. Voor alle moeders en vaders, dochters en zoons.


De eerste school die ik had gekozen, was kennelijk de verkeerde keuze. Alleen kon ik dit van tevoren niet weten, ik had immers geen glazen bol. Ik was het meisje dat eigenlijk sowieso niet naar school wilde, hoe de school ook zou zijn. Als de school oké was, zou het helpen, maar dat was niet zo. Mijn disharmonische intelligentieprofiel, waarbij mijn verbale intelligentie vele malen hoger ligt dan mijn non-verbale intelligentie (denk aan ruimtelijk inzicht en informatieverwerking), maakte school extra moeilijk voor me. Iets waarvan ik de impact op twaalfjarige leeftijd nog niet kon inschatten. Ik wist nog niet welke leerproblemen dit zou kunnen veroorzaken.


Ogenschijnlijk leek ik mee te komen met de havo-klas, het is ook niet aan de buitenkant te zien. Het doen van de havo vergde heel veel energie en moeite. Praktisch elk vak dat geen taal was, belastte mij mentaal aanzienlijk meer dan goed voor mij was. Ik was mezelf constant aan het overbelasten. Constant ging ik over mijn grenzen heen. Hoewel er niets mis is met de mavo, was afzakken naar de mavo voor mij geen optie. Milder voor mezelf zijn was geen optie. Het wat makkelijker voor mezelf maken was kennelijk geen optie. Ik moest en zou de havo halen. Dat was mijn missie.

Je zou zeker kunnen zeggen dat ik een kwetsbaar meisje was. Introvert, stil, rustig en verlegen. Ik had toen al een hoop mentale problemen en het leek alsof school veel moeilijker voor mij was dan voor een ander gemiddeld kind. Mijn klas was al niet leuk en ik had geen connectie of aansluiting met andere klasgenoten, waardoor ik me heel erg eenzaam voelde. Stel je voor, een ongelukkig meisje dat zichzelf elke dag naar school moest slepen. In principe zou ik het type ‘nerd’ zijn dat elke dag braaf naar school zou gaan, want ik was heel ijverig. Toch kwam ik op het punt waarop ik mezelf er niet meer toe kon zetten om naar school te gaan. Mijn moeder trof me dan in bed aan na haar nachtdienst als verpleegkundige. Vervolgens bracht ze mij alsnog naar school, naar de plek waar ik absoluut niet wilde zijn. Al die verschillende lessen, al die verschillende lokalen en klasgenoten met wie ik letterlijk geen enkele band had. “Help, doe mij dit niet aan”, is wat ik dacht. Al ben ik niet fysiek gepest, hoorde ik er ook nooit bij. Ik was onopvallend en onzichtbaar, constant aan het maskeren. En heel belangrijk, al die tijd onwetend over mijn autisme. Ik dacht net zoals ‘de gemiddelde persoon’ te zijn, dus wilde ook alles doen dat een ander deed. Als het een ander lukte, dan mij ook. Mijn enige vriendin die op dezelfde school zat, deed een ander niveau waardoor ik haar nooit zag. Ik wist gewoon niet wat ik met mezelf aan moest. Ik voelde me zo ongelukkig, verdrietig en ellendig. Als ik dacht aan al die jaren die er nog voor me lagen werd ik nerveus en misselijk van het idee. Hoe zou ik al die jaren overleven?


Aan het einde van het brugklasjaar had ik zoveel gemist door het vele spijbelen, dat ik het jaar over moest doen. Het maakte me kapot. Vijf jaar havo leek me al verschrikkelijk en nu had ik het gepresteerd er nog een jaar langer over te doen. Zou ik op dezelfde school blijven? Of zou ik toch maar naar een andere school gaan? Deze eerste school was compleet de verkeerde keuze, dus ik ging liever naar een andere school toe. Uiteindelijk werd dit een school in Den Haag, wat verdrietig genoeg ook weer een verkeerde keuze was. Weer kon ik geen aansluiting met andere klasgenoten vinden. Ik was zo anders. Ik voelde me zo anders. Mijn gevoelens stapelden zich op gedurende de jaren. Ik hield mezelf nog redelijk goed, maar diep vanbinnen voelde ik me nog steeds heel verdrietig, gefrustreerd, boos en ongelukkig. Een hoop opgekropte emoties die ik eigenlijk niet naar buiten durfde te laten komen, want daar was geen tijd voor. Ik had immers mijn handen vol aan school.


In het derde jaar op deze nieuwe school werd het allemaal te veel voor me, ik brak. Ik kon niet meer. Ik werd zelfs gediagnosticeerd met een depressie. Ik had al zoveel psychologen gezien sinds mijn twaalfde. Hier is niets mis mee, maar hierdoor voelde ik me altijd zo anders en raar. Was ik de enige die school niet aan kon? Voor mij leek dat wel zo te zijn. Andere kinderen hadden plezier en nergens last van, waar ik niets van begreep. Ze hadden me antidepressiva voorgeschreven. Voor therapie ernaast was geen tijd. Deze school was zowaar nog erger dan de vorige school. Ik had geen vrienden en dus ook niemand om de pauzes mee door te brengen. Ik voelde me zo verloren en alleen op de wereld. Zo eenzaam en zo verdrietig. Ik ging altijd alleen aan een tafel zitten en vast mijn huiswerk maken. Als een docent mij zag, deed ik snel een boek voor mijn hoofd zodat niemand mij kon zien. Als ik in de les zat, voelde ik vaak mijn tranen opkomen. Dan stak ik snel mijn vinger op, ging ik naar de wc om daar uit te huilen en vervolgens kwam ik weer terug in de les alsof er niets aan de hand was. Mijn masker weer op en doorbijten. Niemand had enig idee van wat er aan de hand was. Ik moest deze last in mijn eentje dragen. Nog minimaal twee jaar te gaan hierna. Naast deze intens nare gevoelens, moest ik ook nog mijn huiswerk maken en leren voor proefwerken. Het was eigenlijk gewoon niet te doen. Me zo intens slecht en klote voelen, en dan ook nog op mijn tenen moeten lopen op school. Ik kende geen rust. Als ik thuiskwam van school, ging ik altijd direct aan mijn huiswerk. Als ik het voor het avondeten nog niet af had, voelde het niet goed om te gaan eten. Dan wilde ik het eerst afmaken en dan pas eten. Er was anders geen ruimte in mijn hoofd voor deze hinderlijke onderbreking. Zo zag ik het. Thuis huilde ik heel veel. Vaak zat ik huilend achter mijn boeken, mijn ouders te smeken of ze in plaats van naar vrienden, toch thuis wilde blijven.


Soms dacht ik eraan om een einde aan mijn leven te maken. Dit was geen menselijk leven, zo wilde ik het niet meer. Deze gevoelens wilde ik niet meer ervaren. Het enige wat ik als oplossing kon bedenken, is uit het leven stappen. Maar dat heb ik niet gedaan, ik ben er nog. Ik kan mijn verhaal nu vertellen, hier in deze blog en ook in mijn boek ‘Meer dan ik denk’. Als ik terugkijk, ben ik heel erg trots op mezelf dat ik wel de havo heb gehaald na zeven jaar ploeteren en afzien. Dat ik altijd mijn best bleef doen en altijd doorzette, hoe moeilijk het ook was. Mijn doorzettingsvermogen bleek heel groot te zijn.


School was een gevecht dat ik elke dag weer moest winnen.

De een-na-laatste en laatste middelbare school waren al beter. Fijnere mensen met wie ik wel kon praten, met wie ik wel wat aansluiting kon vinden. Het is zo belangrijk om vrienden te hebben op school, in ieder geval een goede vriend of vriendin. Die connectie en verbinding voelen, is zo belangrijk. Je kunnen uiten bij iemand, kunnen praten met iemand, een band voelen met iemand anders. Ik had in de eerste vier jaar van de middelbare school niemand om mee te praten, niemand om de pauzes mee door te brengen, niemand met wie ik een connectie of verbinding voelde. Dat heeft me heel veel verdriet en pijn gedaan. Het maakte me onzeker en deed me veel twijfelen aan mezelf. Ik onderging de middelbare school alsof het een heel lange operatie was. Dat is echt hoe ik het heb gevoeld. In je tienerjaren vorm je je en probeer je erachter te komen wie je bent. Iets dat ik niet heb kunnen doen. De middelbare schooltijd en vele andere gebeurtenissen verderop in mijn leven, hebben mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Andere scholieren gingen naar feestjes, gingen daten voor de eerste keer en beleefden plezier in het weekend, ik heb dat allemaal gemist. Na zeven jaar eindigde de lange operatie dan eindelijk. Mijn diploma was behaald, mijn harde werken werd eindelijk beloond. Éindelijk was ik er van af.




235 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven